Federatie vrijzinnige centra vzw

Lid worden

Lid van de federatie zijn de verenigingen die :
Een plaatselijk of regionaal vrijzinnig centrum beheren of de intentie hebben die te beheren;
De principes en doelstellingen van de vrijzinnige levensbeschouwing en laïcisering onderschrijven;
Aanvaard worden door de algemene vergadering en hun lidmaatschapsbijdrage van €10 gestort hebben.
Een vrijzinnig centrum dat wenst toe te treden tot de federatie, richt hiertoe de vraag aan de raad van bestuur en maakt daarbij alle documenten over die deze aanvraag kunnen motiveren.
De raad van bestuur onderzoekt dit dossier en legt zijn bevindingen voor aan de Algemene Vergadering, die met eenvoudige meerderheid beslist over de opname.

Leden waarvan de werking indruist tegen de geest van de vereniging of die de universele rechten van de mens miskennen of willen miskennen, kunnen door de algemene vergadering uitgesloten worden.


Vrijzinnige Centra

In de jaren ‘50 groeide in vrijzinnige kringen meer en meer de overtuiging dat het nuttig en noodzakelijk was als vrijzinnigen zich te verenigen in de gemeente om onder de naam Vrijzinnig Laïciserende Centrum naar buiten te komen. Hiermee wilden de vrijzinnigen, én de overheden, én de bevolking, ermee confronteren dat in het toen nog genoemde “katholiek Vlaanderen” ook andersdenkenden aanwezig waren.
Aanvankelijk waren dit feitelijke verenigingen die zich na verloop van tijd en volgens de noodwendigheden onder de juridische vorm van de V.Z.W. organiseerden. Nog later streefden deze pioniers naar de ontwikkeling van een eigen gemeenschapsruimte waar zij zich vrij konden treffen voor vergaderingen, activiteiten en samenkomsten in het algemeen. Deze ontmoetingsplaatsen waren het bewijs van de materiële aanwezigheid in de gemeente van de vrijzinnige gemeenschap en gaven kansen om naar de bevolking denkinhouden en visies op maatschappelijke problemen uit te dragen, gestoeld op een vrijzinnige gedachte.

De opkomst van deze vrijzinnige centra werd vooral door de katholieke politieke overheden, maar ook door andere,… niet op gejuich onthaald. Vandaar dat zij zelfbedruipend moesten zijn en slechts af en toe met mondjesmaat via het lokale politieke beleid op enige steun konden rekenen van al even lokale overheden.
Dat die centra volledig “gerund” werden door vrijwilligers die van geen enkel materieel comfort konden genieten en vaak in een algemene sfeer van vijandschap en achterdocht van de goegemeente moesten werken, verklaart waarom wij in Vlaanderen in pakweg 50 jaar niet meer dan 25 centra hebben tot stand zien komen. Dit verklaart ook waarom de roep naar gelijkberechtiging van de vrijzinnige gemeenschap tegenover de erkende godsdiensten op vlak van financiële middelen zo groot werd.

Eindelijk is het nu zo ver en is de financieringswet een feit. Denken dat hiermee de problemen van de baan zijn, is de vrijzinnige geweld aandoen. Poincaré indachtig is het voor de vrijzinnige “het zich niet onderwerpen aan …” een nooit eindigend “dogma”. Dus voor de vrijzinnige gedachte en de niet-confessionele dienstverlening is er nog een grote toekomst in de Vrijzinnige Centra. Ons vermoeden is echter dat wij het eens te meer zelf zullen moeten waarmaken en dat dus voor de vrijwilligers nog heel wat werk voor de boeg ligt. Wij zijn ervan overtuigd dat deze gedreven vrijwilligers eens te meer in de bres zullen staan ten bate van de vrijheid, de gelijkheid en de broederlijkheid of anders gezegd van het vrijzinnig, niet-confessioneel humanisme.

Wet Financiering Vrijzinnigheid

Op 21 juni 2002 heeft de Koning de wet betreffende de Centrale Raad der niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen van België, de afgevaardigden en de instellingen belast met het beheer van de materiële en financiële belangen van de erkende niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen ondertekend.
Dat de datum van ondertekening precies samenvalt met de dag van het vrijzinnig humanisme mag dan toeval wezen, het komt in elk geval de symboliek ten goede.
Na negen jaar van onderhandelen word een einde gesteld aan de “voorlopige” reglementering die sinds 1981 van toepassing was voor de subsidiëring van de georganiseerde vrijzinnigheid.

Met de wet wordt een grote stap in de richting van de gelijkberechtiging van de niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen in België gezet. In de eerstkomende vijf jaar zullen zij een inhaalbeweging kunnen uitvoeren die eenieder zal toelaten een beroep te doen op de professionele niet-confessionele morele dienstverlening binnen redelijke afstand en op herkenbare plaatsen.

In elke provincie zullen publiekrechtelijke instellingen voor morele dienstverlening worden opgericht. Voor het administratief arrondissement Brussel zijn dat er twee, een voor de Nederlandstalige en een voor de Franstalige gemeenschap. Deze instellingen zullen instaan voor het beheer van de materiële en financiële belangen van de erkende niet-confessionele gemeenschappen. Elke instelling zal worden gerund door een Raad van Bestuur, bestaande uit zeven verkozen leden en evenveel plaatsvervangers, en aangevuld met drie van rechtswege zetelende leden met adviserende stem.

Vijf van deze zeven leden en hun plaatsvervangers worden verkozen door de provinciale algemene vergaderingen, samengesteld uit de vertegenwoordigers van de lidorganisties van de Unie.

De Unie zal in het kader van de vooropgestelde decentralisatie van bevoegdheden m.b.t. het financieel en materieel beheer een beroep moeten doen op vele al dan niet georganiseerde vrijzinnigen.

Michel Magits,
Voorzitter U.V.V

Definitie van de niet-confessionele morele dienstverlening

De Centrale Vrijzinnige Raad (C.V.R..) vertegenwoordigt de niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen ten aanzien van de overheid en derden. De Unie Vrijzinnige Verenigingen (U.V.V.) vormt de Nederlandstalige vleugel van de CVR. Zij heeft onder meer tot doel de niet-confessionele morele dienstverlening uit te bouwen in Vlaanderen en Brussel ten behoeve van de bevolking, als een gemeenschappelijk project waaraan alle lidorganisaties door hun werking en ondersteuning deelnemen.

De niet-confessionele morele dienstverlening slaat op de volwaardig persoonlijke en inlevende professionele hulp in al zijn aspecten die zich richt tot de bevolking zonder discriminatie en die gegeven wordt vanuit een vrijzinnig-humanistische instelling en verleend door een afgevaardigde van de Unie Vrijzinnige Verenigingen of door een erkend vrijwilliger van een lidorganisatie. De morele dienstverlening gebeurt autonoom op basis van de deontologische code en praktijkrichtlijnen van de Unie in vol respect voor ieder keuzevrijheid en waardepatroon. De niet-confessionele morele dienstverlening wordt aangeboden of georganiseerd in daartoe erkende centra. Deze centra fungeren als laagdrempelige ontmoetingsplaats en gespreksruimte.

De niet-confessionele morele dienstverlening kan algemeen zijn of categoriaal. Zij richt zich zowel tot individuen als tot groepen zonder onderscheid van leeftijd. Ze wordt rechtstreeks georganiseerd door de Unie Vrijzinnige Verenigingen of met haar steun verstrekt door een lidorganisatie zonder de autonomie ervan aan te tasten.

De werking van de niet-confessionele morele dienstverlening slaat op de volgende terreinen :
  • Het verspreiden van het vrijzinnige gedachtegoed en dito levensbeschouwing;
  • Het versterken van de vrijzinnige organisaties;
  • Het opbouwen en ondersteunen van de lokale niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen;
  • Het verlenen van morele bijstand;
  • Het vorm geven en organiseren van vrijzinnige plechtigheden
Deze lijst is niet beperkend.

Een nieuw Vrijzinnig Centrum oprichten

Via een officiële brief moet toelage gevraagd worden aan gemeente.
In de eerste instantie moet een vzw opgericht worden, een bestuur aangesteld met voorzitter en dagelijks bestuur.
De Algemene Vergadering moet de statuten opmaken en aanpassen naar de plaatselijke werking..
De statuten moeten goedgekeurd worden door de Algemene Vergadering en binnengebracht worden bij de Rechtbank van Koophandel, samen met een kort verslag van de Algemene Vergadering waarin vermeld staat door wie (met naam van de effectieven) de statuten goedgekeurd zijn. Achteraf kunnen nog toegetreden leden opgenomen worden.
Aantal leden Algemene Vergadering = minstens aantal leden bestuur + 1.
Het is ook aan te raden lid te worden van de Federatie Vrijzinnige Centra.
Als lid van de Federatie Vrijzinnige Centra heeft de afgevaardigde van het VC recht op een stem in de Algemene Vergadering en wordt ook telkens uitgenodigd op de Bestuursvergaderingen.

Algemene Vergadering

De Algemene Vergadering vergadert ten minste eenmaal per jaar in het eerste trimester, waarbij het werkingsverslag, de rekeningen, het moreel verslag en de begrotingen ter goedkeuring worden voorgelegd. Het boekjaar loopt per kalenderjaar.

De Algemene Vergadering kiest de Raad van Bestuur die bestaat uit één effectief en één plaatsvervangend bestuurslid per aangesloten vereniging, waarvan één stemgerechtigd is op de Algemene Vergadering.

Bestuursvergadering

De Federatie Vrijzinnige Centra komt ten minste driemaal per jaar samen voor een Bestuursvergadering, telkens in een Vrijzinnig Centrum in Vlaanderen.

Dagelijks Bestuur

Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de Voorzitter, Ondervoorzitter, Tweede Ondervoorzitter, Secretaris en Penningmeester en vergadert telkens ter voorbereiding van een Bestuursvergadering, Algemene Vergadering of congres of wanneer belangrijke beslissingen genomen moeten worden.

Kijk onze agenda na voor de volgende vergadering!

Nieuws

Komende vergaderingen

Zaterdag 9 september om 11u00 Bestuursvergadering te Bredene;
Zaterdag 18 november om 10u30 Bestuursvergadering te Menen;
in de namiddag om 15u bezoek aan Moeskroen.

In de kijker

Nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven?
Schrijf je dan hier in voor onze
e-newsletter.